Categorie archief: Fashion & Design

Audrey Hepburn

Kleed je niet normaal!

Eeuwige roem...In haar wekelijkse Volkskrantrubriek (21/11/13) ‘Ongevraagd advies’ doet de hoofdredactrice van Elle, Céline Narinx een welhaast hopeloos klinkende oproep tot meer Italiaanse  of Franse glamour, elegantie en chic in ons kikkerlandje. Ze dringt erop aan om vooral ‘niet-normaal’ in dit Hollandse praktische landschap te verschijnen. Daarmee raakt ze mogelijk onbedoeld, maar precies de kernvraag van alles dat betrekking heeft op mode en stijl.

Want wat is normaal? De vraag stellen duidt op de veronderstelling dat er überhaupt zoiets bestaat als normaal. En in alle eerlijkheid vraag ik mij af: Is dat wel zo? Bestaat er een norm waar we aan kunnen of zouden moeten voldoen? En zo ja, hoe ziet die norm er dan uit? Vraag het honderd verschillende mensen en je krijgt honderd verschillende antwoorden. Veel mensen zullen, net als de eerlijke George uit de theatervoorstelling Hetty&George (2013) zichzelf onbewust als maatstaf nemen. Mensen verheffen zichzelf daarmee dus tot norm. ‘Fiets jij harder dan ik? Dan ben je een uitslover!’ meimert George. ‘En wanneer ik mijn tempo moet aanpassen vanwege een langzame voorligger dan vind ik iemand oprecht te traag. En dat vind ik ook echt!’ zegt hij. ‘Ik vind dat iedereen eigenlijk zo hard zou moeten fietsen als ik.’ Het is een prachtig metafoor voor hoe wij, mensen, globaal genomen in elkaar zitten. Zo werkt immers ons brein. Tuurlijk, we willen ook afwijking zien, voelen of herkennen, maar vaak omdat we ons daar mooi tegen kunnen afzetten. Daaruit blijkt dan immers onze eigen (betere) norm. Tijdens mijn stijl- en smaaklezingen en workshops die ik de afgelopen jaren mocht houden ontdekte ik precies deze rode draad: mensen kijken met veel emotie naar de stijl van andere mensen en zijn doorgaans tevreden over hun persoonlijke stijl. En hoe bewuster iemand zich van zijn uiterlijk is, daar ook echt mee bezig is, hoe meer afkeer hij of zij van duidelijke afwijkingen lijkt te hebben. Niet van alle afwijkingen natuurlijk. Wel van specifieke verschillen en dat zegt meer over iemand dan je misschien zou denken. Vrijbuiters zonder schaamte worden door de keurig nette burgerij veracht. Losbollen zijn het, zonder respect of gevoel voor orde en etiquette. Het is precies die vrijheid die deze ingesnoerde braveborsten missen. Voor zover zij zelf daar bewust of onbewust naar hunkeren, verwensen ze de trotse bezitter van deze eigenschap. Prachtig om te zien hoe gedetailleerd dit van iemand iets blootlegt.

Toch zou je kunnen stellen dat ‘normaal’ wel gezien kan worden als een soort collectief gevoel voor een bepaalde bandbreedte van wat gangbaar is. Alles wat opvalt, valt er dus buiten. Als enige in een knalkleurige jas op een verder traditionele begrafenis is ‘not done’. Evident respectloos vindt die goegemeente dat waarschijnlijk. Traditioneel focus je bij rouw op het verdriet, de nabestaanden en laat je alle energie opgaan in het adaptieve zwart. Lastiger ligt het wanneer je binnen je vriendenkring je als enige tot fashionista ontpopt. Wanneer je binnen het bedrijfsleven ongekend snel furore maakt en maatpakken begint te dragen. Wanneer je kleding een experimenteel tintje krijgt tijdens je studie tot ontwerper en je oude vriendenkring je niet meer herkent. Een aansteller, zouden ze kunnen zeggen. Uiteindelijk doe je gewild of ongewild een statement. En wanneer je dat begint te merken, zou ik zeggen, ben je de norm voorbij…en is het niet meer normaal. Maar dan nog alleen binnen die context. Daarbuiten gelden weer andere normen.

Terug naar de oproep van Cécile: ‘Ga voor stijl, kies glamour of wees op z’n minst elegant!’ Het zal een vergeefse oproep blijken: wij Nederlanders staan vanuit historisch perspectief nou eenmaal met onze voeten in de Hollandse klei. Wij moesten wel. Dijken bouwen, emmertjes sjouwen. Ploegen en handeldrijven. Zo lang geleden is dat allemaal niet. Bovendien is onze cultuur inderdaad jarenlang gedomineerd door een Calvinistische en pragmatische inslag. En laat omgevingscultuur nou één van de belangrijkste stijlfaktoren zijn. Onze omgevingscultuur wordt gekenmerkt door onze (denkbeeldige) omgeving. Door de vraag: Aan wie spiegelen wij ons? Een mens is zijn relaties wordt wel gezegd. Wij zijn vanwege ons sociale brein een wezen dat continu resoneert met onze omgeving. Met alles wat we waarnemen. Wij zoeken onbewust en bewust naar een passende houding die ons ego, onze identiteit of ons imago in stand houdt of eventueel versterkt. Een houding die ons doet laveren tussen de uitersten op de as van krachtig ‘afzetten tegen’ tot ‘dwingend voorgaan in’. Het is aan de ander om daar maar weer mee te dealen.